Laatste bericht

Berichten archief

Interventievormen

Tijdens een intake maar ook gedurende het begeleidingstraject stemmen school en OAG -begeleider af, welke interventie het meest past bij de probleemstelling. Binnen het OA Gedrag kunnen door de ambulant begeleiders en kinderpsycholoog de volgende interventies worden ingezet:

  • Consultatieve leerlingbegeleiding (CLB)

De naam zou eigenlijk moeten zijn: consultatieve leerkrachtbegeleiding. Het gaat namelijk om de persoon van de leerkracht die door middel van CLB effectief wordt begeleid bij het oplossen van werkgedragsproblemen met individuele leerlingen. De begeleiding verloopt volgens heldere stappen en is gericht op het zoeken naar oplossingen in de onderwijsleersituatie. Factoren hierbuiten hebben wel onze aandacht, maar zijn niet het onderwerp van onze primaire interventie. De leerling staat immers morgen weer voor de neus van de leerkracht.

CLB is gericht op veranderingsvragen (Wat moet er gedaan worden om….?) in plaats van ‘selectievragen’ (Heeft dit kind ADHD?). Bij CLB wordt uitgegaan van concrete problematiek. Er is expliciet aandacht voor de (on)mogelijkheden van de leerkracht en de werksituatie.

Handelingsgericht werken (HGW)

Binnen ons samenwerkingsverband streven we handelingsgericht werken na.

HGW is een werkwijze die adaptief onderwijs en doeltreffende leerlingbegeleiding concretiseert. De volgende uitgangspunten zijn daarbij essentieel:

  1. De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal. Wat heeft een leerling nodig om een bepaald doel te behalen? Denk aan instructie op een andere manier, extra leertijd of uitdaging. Hoe kan de leerkracht de leerling hierbij zo goed mogelijk ondersteunen?
  2. Afstemming en wisselwerking: het gaat niet alleen om het kind, maar om het kind in wisselwerking met zijn omgeving. Het gaat om deze leerling in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school en van deze ouders. Hoe goed is de omgeving afgestemd op wat dit kind nodig heeft?
  3. Leerkrachten realiseren passend onderwijs en leveren daarmee een cruciale bijdrage aan een positieve ontwikkeling van leerlingen op het gebied van leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren. Met andere woorden: het is de leerkracht die het doet. Maar wat heeft zij hiervoor nodig, wat zijn haar ondersteuningsbehoeften?
  4. Positieve aspecten van kind, leerkracht, groep, school en ouders zijn van groot belang. Naast problematische aspecten zijn deze nodig om de situatie te begrijpen (belemmerende en stimulerende factoren), om ambitieuze doelen te stellen om een succesvol plan van aanpak te maken en uit te voeren.
  5. Samenwerking tussen leerkrachten, leerlingen ouders, interne en externe begeleiders is noodzakelijk om een effectieve aanpak te realiseren. Dit vergt constructieve communicatie tussen betrokkenen. Samen analyseren zij de situatie en zoeken ze naar oplossingen.
  6. Doelgericht werken: het team formuleert korte en lange termijn doelen voor het leren, de werkhouding en het sociaal-emotioneel functioneren van alle leerlingen en evalueert deze in een cyclus van planmatig handelen.
  7. De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant. Het is betrokkenen duidelijk hoe de school wil werken en waarom. Er zijn heldere afspraken over wie wat doet, waarom, hoe en wanneer. Formulieren en checklists ondersteunen dit streven. Teamleden zijn open over hun manier van werken en over hun plannen en motieven.

De zeven uitgangspunten van HGW bieden een wenselijk kader, oftewel een ideale werkwijze. Een school kan ervoor kiezen deze na te streven, maar we spreken pas van een succesvolle implementatie van HGW als alle uitgangspunten werkelijk tot hun recht komen binnen een cyclisch proces. Zie hiervoor de 1-zorgroute.

De zeven uitgangspunten van HGW fungeren als kader voor de leerlingenzorg en de zorgstructuur binnen ons samenwerkingsverband.

Handelingsgerichte Diagnostiek (HGD)

HGD is er op gericht om de oorzaken van het probleemgedrag te ontdekken. De onderwijspsycholoog of orthopedagoog onderzoekt het kind.

Wanneer tijdens de cyclus van handelingsgericht werken vragen overblijven over wat de onderwijsbehoeften van een kind zijn, of waarom hij of zij niet reageert op voorgestelde interventies, kan in overleg worden besloten om over te gaan tot handelingsgerichte diagnostiek.

Voordat een onderzoek plaatsvindt, is er al een traject van begeleiding op school geweest. Wanneer een onderzoek wordt opgestart, spreken we in de intakefase uitgebreid met de ouder. Het is een gesprek over de reden van aanmelding en over de hulpvraag. Ook willen we graag weten wat de wensen en verwachtingen zijn. Welke eerdere maatregelen werken wel/niet?

Video interactiebegeleiding*

Het ondersteuningsarrangement gedrag School Video-Interactie Begeleiding (SVIB) inzetten (let op; SVIB is niet aan te vragen maar kan door de begeleider worden ingezet als ondersteuningsmiddel.).

SVIB is een methode van leerkrachtbegeleiding waarbij korte video-opnamen in de groep worden gemaakt met als doel de leerkracht te begeleiden bij hun onderwijskundige taak. Omdat het arrangement meestal wordt aangevraagd ten behoeve van een bepaalde leerling, zal de focus het meest liggen op de hulp aan en interactie met deze leerling, de interactie van de leerling met zijn omgeving en zijn groepsgenoten, de sfeer in de klas, de manier waarop de klas werkt, de manier waarop de leerkracht lesgeeft.

De video-opnamen worden door de begeleider met de leerkracht besproken. Samen bekijken ze wat goed werkt voor dit kind en wat er eventueel nodig is voor verbetering.

Uitgelicht

Regioacademie R&D

Contact

EC Rotonde
Dr. Hiemstralaan 77
4205 KK Gorinchem
0183-624915

Meer contactgegevens

Hou mij op de hoogte

Informeer me met nieuws